Search
Search ×
Dirk De Keuster
/ Categorieën: Voedselveiligheid

Controlediensten aanwezig bij Beroepscommissie schendt hoorplicht niet

Bij arrest nr. 243.329 van 3 januari 2019 verwerpt de Raad van State de vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid die het pluimveebedrijf Lammens uit Torhout had ingesteld tegen de beslissing van de federale minister van Landbouw waarbij de erkenning als o.a. slachthuis en fabrikant van vleesbereidingen wordt ingetrokken wegens de aanwezigheid van Salmonella in pluimveevlees en –bereidingen en gebrekkige hygiënische praktijken in het bedrijf.

De minister volgde het advies van de beroepscommissie en stelde onder meer het volgende in zijn beslissing: "

De Europese wetgever streeft voor haar levensmiddelenwetgeving naar een hoog niveau van bescherming van de gezondheid en het leven van de mens en deze is gebaseerd op een risicoanalyse die op onafhankelijke, objectieve en doorzichtige wijze moet worden uitgevoerd. De exploitanten van levensmiddelenbedrijven moeten ervoor zorgen dat de levensmiddelen en diervoeders in alle stadia van de productie, verwerking en distributie in het bedrijf dat onder hun beheer valt voldoen aan de voorschriften van de levensmiddelenwetgeving (in de geest van Verordening 178/2002 van het Europese Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden).

...

Ondanks de door u voorgestelde acties, ben ik er zeker niet van overtuigd dat het probleem onder controle is en al zeker niet op duurzame wijze. Gelet op het voorgaande blijkt duidelijk dat u op heden toch nog onvoldoende kan aantonen dat u in staat bent de nodige maatregelen te nemen om de aanwezigheid van Salmonella in pluimveevleesbereidingen te vermijden.

In hun verzoekschrift legde verzoekende partij sterk de nadruk op de procedure voor de Beroepscommissie. Zo werd vooral kritiek geuit op het feit dat de DG Controle participeerde aan de zitting én ook afzonderlijk werd gehoord. De Raad wees deze kritiek af en stelde onder meer dat de hoorplicht geen tegensprekelijk bedat inhoudt: 

De naleving van de hoorplicht vereist niet noodzakelijk een volledig tegensprekelijk debat. Het enkele feit dat de beroepscommissie getuigen heeft gehoord in afwezigheid van de verzoekende partij lijkt dus op zichzelf geen onwettigheid uit te maken. De beroepscommissie kan net voor de hoorzitting samen met vertegenwoordigers van DG Controle het omvangrijke en complexe dossier overlopen om na te gaan of het dossier volledig is en de gegevens correct zijn. De hoorplicht vereist niet dat dit onderzoek aan tegenspraak moet worden onderworpen.

De omstandigheid dat er vóór de hoorzitting verschillende vertegenwoordigers van DG Controle werden gehoord en dat er tijdens de hoorzitting vertegenwoordigers van DG Controle vragen hebben gesteld aan de verzoekende partij over recente ontwikkelingen, lijkt op het eerste gezicht niet de schending van de door de verzoekende partij ingeroepen bepalingen en beginselen aan te tonen.

In antwoord op het tweede middel stelde de Raad bovendien dat er geen verplichting bestaat in hoofde van de minister of zijn afgevaardigde om de antwoorden op de nota en aanvullende stukken ingediend door de verzoekende partij.

Vorig artikel Prettig jaareinde en goed begin !
Volgend artikel Vlaams Bestuursdecreet vanaf 1 januari 2019 van kracht

Name:
Email:
Subject:
Message:
x

Nieuwsbrief

Vul hier je gegevens in om je te abonneren op onze nieuwsbrief. Inschrijven Uitschrijven

Copyright 2019 De Keuster - Casteleyn Privacybeleid
Back To Top