Search
Search ×

Machtigingen tot financiering van de staatsschuld in 2011

Het financieren van de staatsschuld door het aangaan van leningen onder de vorm van klassieke leningen, staatsbons, OLO"s en schatkistcertificaten behoort tot de bevoegdheden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers op grond van artikel 174 G.W. Dit grondwetsartikel bevat het zogenaamde universaliteits- en annaliteitsbeginsel van de begroting. Dit beginsel houdt in dat de Kamer jaarlijks de begroting moet goedkeuren (= annaliteitsbeginsel) en de begroting ook alle inkomsten en uitgaven moet bevatten (= universaliteitsbeginsel). De Kamer van Volksvertegenwoordigers delegeert haar bevoegdheid doorgaans in de wet houdende de middelenbegroting aan de Koning voor openbare leningen en de minister van financiën voor kortlopende leningen. De Koning delegeert op zijn beurt zijn bevoegdheid aan de minister van financiën die dan verder delegeert aan de ambtenaren van de Administratie van de Thesaurie, meer bepaald van het Agentschap van de Schuld. Omwille van het annaliteitsbeginsel moet de machtiging jaarlijks door de Kamer worden goedgekeurd. De machtging verliest derhalve op 31 december haar rechtskracht. Omwille van de aanslepende regeringscrisis werd voor 2011 echter geen middelenbegroting goedgekeurd. De machtiging werd dan ook opgenomen in de Financiewet van 22 december 2010 (B.S. 28/12/2010) meer bepaald in artikel 29, §1, 1°. Zonder deze bepaling zou het wettelijk immers onmogelijk geweest zijn om de staatsschuld te (her)financieren. In het koninklijk besluit van 9 januari 2011 dat de Minister machtigt tot voorzetting in 2011, van de uitgifte van leningen genaamd "Lineaire obligaties", van leningen genaamd "staatsbons" alsook van Euro Medium Term Notes (B.S. 25/01/2011) wordt de bevoegdheid aan de minister gedelegeerd deze leningen uit te geven. De Financiewet had de minister reeds rechtstreeks gemachtigd in artikel 29, §1, 2° om schatskistcertificaten, schatkistbons en om het even welk rentedragend financieringsinstrument uit te geven verschillend van een openbare lening. In het ministerieel besluit van 12 januari 2011 (B.S. 26/01/2011) betreffende de machtiging voor het aangaan van leningen of voor het beheer van de staatsschuld aan bepaalde Ambtenaren van de Algemene administratie van de Thesaurie alsook aan bepaalde personeelsleden van het Agentschap van de Schuld, werden de bevoegdheden van de minister doorgedelegeerd aan de bevoegde ambtenaren. Onze staatsschuld kan in 2011 dus gefinancierd worden. Het Agentschap van de Schuld verwacht een totale financieringsbehoefte (dus met in begrip van de herfinancieringen) van 41,12 miljard Euro. Het tekort voor 2011 alleen wordt geraamd op 14,94 miljard Euro. Lees verder

Overheidsschuld in enkele cijfers

De schuld van de Belgische Staat (deelstaten en lokale besturen niet inbegrepen) bedroeg op 31 december 2010 in totaal 341.608.208.223,77 Euro waarvan 302.155.864.056,32 Euro in verhandelbare schuld (OLO's en schatkistcertificaten). De schuld klom in 2009 tot 96,2% van het B.B.P. In 2007 was de schuld gezakt tot een dieptepunt gelijk aan 84,2% van het B.B.P. De financiële crisis deed derhalve de overheidsschuld stijgen met 12% van het B.B.P. De recordhoogte deed zich voor in 1993 toen de schuld 133,5% van het B.B.P. bedroeg. De intrestlasten daalden in 2009 tot 3,6% van het B.B.P. Het primair saldo (= verschil tussen de inkomsten en de uitgaven doch exclusief de rentelasten) was voor het eerst sinds 1993 negatief !! Het tekort bedroeg 2,4% van het B.B.P. (bron: agentschap van de schuld - www.debtagency.be ) Lees verder
RSS
Eerste20212223242526272829

Nieuwsbrief

Vul hier je gegevens in om je te abonneren op onze nieuwsbrief. Inschrijven Uitschrijven

Copyright 2019 De Keuster - Casteleyn Privacybeleid
Back To Top