Search
Search ×

Welkom

We heten u van harte welkom op de website van DKC-advocaten. Dirk De Keuster en Elke Casteleyn hebben hun krachten en kennis gebundeld in één kantoor. Zij krijgen daarbij de steun van Uschi Steurs (advocaat), Patrick Vandevelde (stedenbouwkundige) en Danielle Bracke (administratie en boekhouding).

Het kantoor specialiseert zich in publiekrecht (overheidsopdrachten, ruimtelijke ordening, milieurecht, onteigeningen, strafrecht, …) en privaat bouwrecht (bouwgeschillen, huur, …). Wij vertegenwoordigen cliënten bij o.m. het Hof van Justitie, het Grondwettelijk Hof, de Raad van State en alle hoven en rechtbanken. Wij zijn ook erg actief in de begeleiding van PPS-projecten (administratieve centra, culturele gebouwen, scholen, sportinfrastructuur, gebiedsontwikkeling , …).

Wij staan voor een duidelijke en doelgerichte aanpak. Bij ons krijgt u een concreet antwoord op uw vragen in een heldere taal en geen lang theoretisch advies in een juridisch jargon. Wij streven naar een snelle oplossing van het probleem en trachten lange procedures maximaal te vermijden.

Op deze website vindt u meer informatie over wie we zijn en wat we doen. Voor meer informatie kan u steeds terecht op één van onze kantoren (tel. 03/384.04.07 én 0477/61.98.74) of stuur een mail naar info@dkc-law.be.

Dirk De Keuster en Elke Casteleyn

Actualiteit

HOF VAN JUSTITIE VEROORDEELT BELGIË WEGENS NIET VOLDOEN AAN DE MER-PLICHT

In een arrest van 24 maart 2011 heeft het Hof van justitie (3e Kamer, in de zaak C-435/09) België veroordeeld wegens een onvolledige omzetting van het MER-Richtlijn Richtlijn 85/337/EEG. De Commissie was een beroep wegens niet-nakoming opgestart krachtens artikel 226 EG-verdrag. Het Hof stelde daarbij tekortkomingen vast bij de drie Gewesten. Het Hof oordeelde daarbij het volgende:  wat de regelgeving van het Vlaamse Gewest betreft, artikel 4, leden 2 en 3, van richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003, gelezen in samenhang met de bijlagen II en III bij deze richtlijn;  wat de regelgeving van het Waalse Gewest betreft, artikel 4, lid 1, van richtlijn 85/337, zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/35, gelezen in samenhang met bijlage I, punten 8, sub a, en 18, sub a, bij deze richtlijn, en artikel 7, lid 1, sub b, van deze richtlijn, en,  wat de regelgeving van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreft, artikel 4, leden 2 en 3, van richtlijn 85/337, zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/35, gelezen in samenhang met de bijlagen II en III bij deze richtlijn, en bijlage III als zodanig, De kritiek van het Hof op de Vlaamse en de Brusselse regelgeving betreft het feit dat deze te veel gericht zijn op de omvang van het project en te weinig rekening houden met andere criteria (zie onder meer de alinea’s 48, 98). Het Hof stelt onder alinea 50   dat ook een project van beperkte omvang een aanzienlijk milieueffect hebben. Wallonië wordt de op de korrel genomen omdat het heeft zelf drempelwaarden heeft ingevoerd bij projecten inzake waterwegen en havens voor de binnenscheepvaart, zijnde minimum 25 schepen (zie o.m. alinea 82) én bij industriële installaties voor de vervaardiging van papierpulp, papier en karton, zijnde 500 ton per jaar (zie o.m. alinea 87). Lees verder

INFORMATIEVERPLICHTINGEN VLAAMSE CODEX RUIMTELIJKE ORDENING NIET VAN TOEPASSING OP AANKOOPBELOFTE

Het artikel 4.2.12, §2, 2° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat iedereen die een onderhandse akte van verkoop of verhuring voor meer dan negen jaar, alsook van een vestiging van een erfpacht of opstal opmaakt, de meest recente stedenbouwkundige bestemming van het goed moet vermelden. Meer bepaald : 1° of er voor het onroerend goed een stedenbouwkundige vergunning is uitgereikt; 2° of het krachtens artikel 4.2.12, §2, 2° van de Codex Vlaamse Ruimtelijke Ordening voor de overdracht verplichte As Built-attest is uitgereikt en gevalideerd; 3° de meest recente stedenbouwkundige bestemming van dit goed met de benamingen gebruikt in het plannenregister; 4° de dagvaardingen die met betrekking tot het goed werden uitgebracht overeenkomstig artikel 6.1.1 of 6.1.4.1 tot 6.1.4.3. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening alsook iedere in de zaak toegewezen beslissing; 5° de op het goed berustende verkooprechten vermeld in artikel 2.4.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; 6° het feit dat op het goed een verkavelingsvergunning van toepassing is (artikel 5.2.5 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening). De vastgoedmakelaars en andere personen die in de uitoefening van hun beroep of activiteit dergelijke onderhandse akten opmaken, moeten een verwijzing naar artikel 4.2.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening opnemen. Het Hof van Beroep te Gent oordeelde echter in een arrest van de 12de kamer van 25 februari 2009 dat een aankoopbelofte geen onderhandse koopakte uitmaakt waarop deze informatieverplichtingen van toepassing zijn. De niet-vermelding van de stedenbouwkundige bestemming, noch het voorhanden zijn van een stedenbouwkundige vergunning, in de aankoopbelofte wordt derhalve strafrechtelijk beteugeld (zie : R.W. 1 januari 2011, nr. 18, met noot : Aan- en verkoopbeloften vallen niet onder toepassing van de informatieverplichtingen opgelegd in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, Frederik Haantjens). Lees verder

ARCHITECTEN ONDERWORPEN AAN DE MEDEDINGINGSWET

In het Rechtskundig Weekblad van 15 januari 2011 (nr. 20) wordt een samenvatting van het arrest gepubliceerd van het Hof van Cassatie van 27 april 2007, waarin het Hof stelt dat architecten, hoewel zij geen handelaars zijn in de zin van artikel 1 van het Wetboek van Koophandel, toch op een duurzame wijze een economisch doel nastreven en derhalve een onderneming betreffen in de zin van artikel 1 van de Mededingingswet. De Orde van Architecten betreft niet alleen een beroepsvereniging, maar moet ook worden beschouwd als een ondernemingsvereniging in de zin van artikel 2 §1 van de Mededingingswet. Een besluit van een orgaan van de Orde van Architecten, die aan één of meer van zijn leden verplichtingen oplegt met betrekking tot de mededinging, die niet vereist zijn om de fundamentele regels van het beroep te handhaven en in werkelijkheid ertoe strekken bepaalde materiële belangen van de architect te begunstigen of een economisch stelsel te installeren of in stand houden, moet worden beschouwd als een besluit van een ondernemingsvereniging waarvan de nietigheid door de raad van beroep van de Orde van Architecten ambtshalve moet worden vastgesteld. Lees verder

ARCHITECTEN ONDERWORPEN AAN DE MEDEDINGINGSWET

In het Rechtskundig Weekblad van 15 januari 2011 (nr. 20) wordt een samenvatting van het arrest gepubliceerd van het Hof van Cassatie van 27 april 2007, waarin het Hof stelt dat architecten, hoewel zij geen handelaars zijn in de zin van artikel 1 van het Wetboek van Koophandel, toch op een duurzame wijze een economisch doel nastreven en derhalve een onderneming betreffen in de zin van artikel 1 van de Mededingingswet. De Orde van Architecten betreft niet alleen een beroepsvereniging, maar moet ook worden beschouwd als een ondernemingsvereniging in de zin van artikel 2 §1 van de Mededingingswet. Een besluit van een orgaan van de Orde van Architecten, die aan één of meer van zijn leden verplichtingen oplegt met betrekking tot de mededinging, die niet vereist zijn om de fundamentele regels van het beroep te handhaven en in werkelijkheid ertoe strekken bepaalde materiële belangen van de architect te begunstigen of een economisch stelsel te installeren of in stand houden, moet worden beschouwd als een besluit van een ondernemingsvereniging waarvan de nietigheid door de raad van beroep van de Orde van Architecten ambtshalve moet worden vastgesteld. Lees verder

BOTSING TUSSEN HET RECHTSZEKERHEIDSBEGINSEL EN HET LEGALITEITSBEGINSEL

Het Hof van Cassatie heeft in een arrest van 1 maart 2010, 3de kamer, een arrest geveld waarin het rechtszekerheidsbeginsel en het legaliteitsbeginsel met mekaar in botsing kwamen. Het Hof oordeelde dat het recht op rechtszekerheid in beginsel niet kan worden ingeroepen contra legem. Het legaliteitsbeginsel, zoals bepaald in artikel 159 van de Grondwet, heeft echter een relatieve waarde en impliceert dat een afweging moet worden gemaakt ten aanzien van de andere beginselen, waaronder het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. Het Hof oordeelde echter dat het rechtszekerheids- of het vertrouwensbeginsel niet zomaar het legaliteitsbeginsel aan de kant mag schuiven. Het recht op rechtszekerheid kan immers door de burger niet worden ingeroepen indien dat beginsel leidt tot een beleid dat tegen de wettelijke bepalingen ingaat. Wanneer het bestuur zelf de onwettigheid van een besluit inroept waarop de rechtszoekende zich baseert tot staving van de door hem ingeroepen rechtszekerheid, moet de rechter nagaan in welke mate dit besluit redelijke verwachtingen heeft gecreëerd. Het Hof van Beroep had in casu nagelaten dit onderzoek door te voeren. Op grond hiervan besliste het Hof dan ook dat het onderdeel gegrond was en werd het arrest vernietigd. (zie : R.W. 26 februari 2011 met noot Werner Vandenbruaene, "Beginselen van behoorlijk bestuur : eindelijk grondwettelijke waarde?"). Lees verder
RSS
Eerste16171819202122232425
Copyright 2018 De Keuster - Casteleyn Privacybeleid
Back To Top

Zoals gebruikelijk bij websites, maakt de website gebruik van “cookies”. Een cookie is een hoeveelheid data die een website, via de server waarop deze wordt gehost, naar de browser van de bezoeker stuurt met de bedoeling om deze data op te slaan op de computer van de bezoeker. Soms wordt een cookie geplaatst door een andere partij dan de uitbater van de website (zogenaamde third party cookies). De bekendste hiervan zijn cookies voor statistische gegevens, zoals Google Analytics cookies.

De verkregen informatie wordt gebruikt op een anonieme, gegroepeerde basis en de gebruiker kan er niet door geïdentificeerd worden. Door het gebruik van de website aanvaardt de gebruiker de cookies van de website. Desgewenst kan hij de browserinstellingen aanpassen opdat cookies niet langer aanvaard worden.

De persoonlijke gegevens van de gebruiker worden niet in de vorm van cookies opgeslagen. De persoonsgegevens die de gebruiker via de website invoert bij het gebruik van formulieren (inschrijven op de nieuwsbrief) worden verwerkt conform onze Privacyverklaring.

Lees hier onze algemene privacyvoorwaarden.